M I A


Archief

“De burgerlijke maatschappij, voor zoverre deze dient ter vrijwaring van de eigendom, is in werkelijkheid ingevoerd ter verdediging van de rijken tegen de armen, of van degenen met eigendom tegen degenen zonder eigendom.”

Adam Smith, Wealth of Nations

Karl Marx & Friedrich Engels

Grondleggers van de marxistische praktijk en filosofie. Zij hebben aan de arbeidersklasse een strijdleer gegeven via hun analyse van het kapitalisme en sociale bewegingen, alsook door een kritiek van verschillende filosofieën. Zij waren ook organisatorisch actief, door het oprichten van de 1ste Internationale (Marx), en door activiteit (Engels) in de Duitse sociaaldemocratische partij. (Zie ook Wat is marxisme?)


Erwin Heinz Ackerknecht (E. Bauer)

(1906 - 1988) E. Bauer is Ackerknechts pseudoniem, de gekende medische historicus. Hij was lid van de Internationale Linkse Oppositie (bolsjewieken-leninisten) en was in 1933 een van de ondertekenaars van de Verklaring van de vier, over de noodzaak en de beginselen van een nieuwe Internationale.


Louis Althusser

(1918 - 1990) Kritiseerde het marxisme vanuit het structuralisme.


Leo Apostel

(1925 - 1995) Een van de belangrijkste Belgische filosofen. Hij was een ‘totale’ filosoof, van logica naar het zoeken van een wetenschappelijk verantwoord wereldbeeld in termen van symmetrie.


Michael Bakoenin

(1817 - 1876) Anarchistisch denker en revolutionair. Stichtte in 1864 de revolutionaire ‘Internationale broederschap’. In 1868 bij de 1ste Internationale. Kwam in conflict met Marx en werd uit de Internationale gezet.


Nic Bal

Nic Bal zat in het verzet. Werkend bij de openbare radio omroep (NIR) werd hij omgeschoold voor tv. Hij was ondermeer directeur-generaal bij de BRT.


Herman Balthazar

Was Gouverneur van Oost-Vlaanderen van 1985 tot 2004. Tijdens zijn politieke carrière was hij lid van SP.a. Is Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte. Als historicus legde hij (mede) de fundamenten van Amsab, Instituut voor Sociale Geschiedenis.


Friedel Baruch

(1905 - 1995) Actief lid van de KPD sinds 1929 en gearresteerd voor Hitler aan de macht kwam. Uitgewezen in april 1933, vestigde hij zich in Nederland en wordt lid van de CPH. Actief in allerlei organisaties. Vanaf 1943 maakte hij deel uit van de illegale leiding van de CPN. Na de oorlog: hoofdredacteur van De Waarheid en tot 1964 lid van het dagelijks bestuur van de partij. In dat jaar kwam hij in conflict met partijleider Paul de Groot. Deze wilde geen partij kiezen in het conflict tussen Moskou en Peking, onverteerbaar voor Baruch die loyaal bleef aan Moskou. Hij werd geschorst en in 1966 geroyeerd als lid van de CPN. Baruch bleef actief en overtuigd communist. Hij publiceerde diverse boeken en artikelen over de CPN en de Sovjet-Unie. Tussen 1967-1977 was hij redacteur van het tijdschrift Communistische Notities en schreef voor NU, maandblad van de vereniging Nederland-USSR. In 1982 richtte hij zich nog eenmaal op de CPN-achterban met het boek De rode vlag gestreken, waarin hij samen met medestanders uithaalde naar de vernieuwingen binnen de CPN en het nieuwe ontwerppartijprogram van de CPN.


Lelio Basso

(1903 - 1979) Zijn leven was een mengeling van intellectuele activiteit en een zoektocht naar een politiek instrument. Als een expert in het werk van Karl Marx ontwikkelde hij een eigen stijl in de zienswijze op het socialisme.


Otto Bauer

(1881 - 1938) Leider en theoreticus van de Oostenrijkse SDAP, redacteur van Der Kampf en mederedacteur van de Arbeiter-Zeitung vanaf 1907, secretaris van de Oostenrijkse sociaaldemocratische Rijksdagfractie 1907-1914, krijgsgevangene in Siberië 1914-1917, minister van Buitenlandse zaken 1918-1919, lid van de Nationale raad 1923-1924, lid van het Bureau en de Executieve voor de Arbeid en socialistische Internationale (LSI/SAI) van 1923, oprichter van het Buitenlands bureau van Oostenrijkse sociaaldemocraten in Brno, Tsjecho-Slowakije, 1934-1938.


August Bebel

(1840 - 1913) Richtte met W. Liebknecht in 1869 de Duitse Sociaal Democratische Partij op. In 1875 verenigde hij te Gotha de sociaaldemocraten met de lassalleaanse socialisten in de SPD. Hij was fractieleider, en hoofdredacteur van Vorwärts en Die Neue Zeit.


Max Beer

(1864 - 1943) Journalist en historicus van het Britse en internationale socialisme. Redacteur van verschillende bladen geweest. Veroordeeld voor oproepen tot klassenstrijd en belediging van het Duitse leger en autoriteiten. Volgde te Parijs het Dreyfuss-proces. Dan naar New York, de tijd van de Spaans-Amerikaanse oorlog en de Filippijnse rebellie, hij was getuige van de geboorte van het Amerikaanse imperialisme. Nog later werkte hij aan het Marx-Engels Instituut in Moskou (1927-1929), op verzoek van Riazanov, ook aan het Instituut fur Sozialforschung (Frankfurt am Main) werkte hij. Emigreerde alweer naar Londen in 1933 met de opkomst van de nazi’s die zijn familie vernietigde.


Benjamin Boers

(1871 - 1952) Was de eerste ‘Rode Dominee’ van de SDAP. Als ‘Christen van de daad’ behoorde hij niet tot de dorpsnotabelen en bekritiseerde de kerk als instituut. In de jaren 1907-1910 werd hij driemaal als predikant geschorst. In 1914 keerde hij zich tegen het reformisme in de SDAP en werd na de staatsgreep van de bolsjewieken in 1917 communist. In 1936 werd hij bij de Hervormde Synode aangeklaagd wegens verstoring van de kerkelijke orde en rust door de verdediging van het goddeloze Rusland. Hij werd voor drie maanden geschorst.


Murray Bookchin

(1921 - 2006) Bookchin was gedreven het anarchistische gedachtegoed te actualiseren met een binding aan de ecologie. De ontwrichting die het kapitalisme teweegbrengt kan maar worden opgelost met een diepgaande sociale hervorming en grondige aandacht voor het milieu.


Pierre Bourdieu

(1930 - 2002) Hij was een Frans sociaal-wetenschapper. In zijn land was hij een bekende linkse intellectueel, elders voornamelijk bekend onder de sociaal-wetenschappers. Zijn hoofdwerk La distinction (1979) maakte zijn reputatie.


Renaat Braem

(1910 - 2001) Liep in de jaren dertig stage bij Le Corbusier. Braem werd beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de moderne architectuur en stedenbouw in België. Dit vanwege zijn markante ontwerpen van gebouwen, maar ook vanwege de ideologische standpunten en stellingnamen waarmee hij zijn praktijk voortdurend heeft begeleid. Hij verliet de KPB omdat deze zich onvoldoende losmaakte van de Sovjet-Unie. In 1968 publiceerde hij het boek Het lelijkste land ter wereld, een kritiek op de stedenbouw e/o het gebrek eraan in België.


Fernand Braudel

(1902 - 1985) Als Frans historicus was hij zowat de incarnatie van de Annales-school. Hij verwierp de geschiedenis van de ‘grote gebeurtenissen’, van de ‘grote mannen’. Maar had aandacht voor de gelaagdheid van de tijdsduur.


Cajo Brendel

(1915 - 2007) Hij was een radencommunist, de stroming die geen partijdictatuur (zoals stalinisme) wil, maar machtsvorming van onderop belichaamd in raden. Geestverwanten: Anton Pannekoek en Herman Gorter. Ook sympathie voor Trotski, maar in 1934 een radencommunist.


Cornelius Castoriadis

(1922 - 1997) Filosoof, politiek denker, maatschappijcriticus, praktiserend psychoanalyticus, sovjetkenner en econoom. Werkte enige tijd bij de OESO en was medeoprichter van het revolutionaire blad en gelijknamige groep: Socialisme ou Barbarie (1948-1967).


Bob Claessens

(1901 - 1971) Advocaat, lid van het Centraal Comité van de KPB. Interesse ook voor kunst en stond alzo aan de wieg van het tijdschrift en de vereniging Lumière, dat eigentijdse kunst wilde bevorderen en pacifistisch van inslag was.


Tony Cliff

(1917 - 2000) Wordt trotskist in de jaren 1930. Speelde een rol in de poging tot eenheid tussen Arabische en joodse arbeiders. Met het einde van de Tweede Wereldoorlog ziet hij de nakende overwinning van het zionisme, en migreert naar Brittannië. Hij ontwikkelt de theorie dat Rusland geen arbeidersstaat is, maar een bureaucratisch staatskapitalisme.


Christiaan Cornelissen

(1864 - 1942) Cornelissen zag als zijn levenstaak een economische theorie te ontwerpen als grondslag voor het moderne socialisme. Hij schreef over theoretische economische werken, als de waardeleer en de loontheorie.


Jan Craeybeckx

(1923 -  ) Doctor in de wijsbegeerte en letteren, werkleider aan de Rijksuniversiteit Gent. Erelid van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis (België). Hij schreef verschillende werken over de arbeidersbeweging en de sociale en politieke situatie.


Guy Cudell

(1917 - 1999) Voor de Parti Socialiste vanaf 1953 burgemeester van de Brusselse deelgemeente Sint-Joost-ten-Node. Werd meerdere keren verkozen als volksvertegenwoordiger en senator en werd minister en staatssecretaris in verschillende nationale regeringen. Zette zich in voor vrouwenrechten (abortus uit het strafrecht) en was tot 1964 medewerker aan de linkse tendensbladen La Gauche en Links.


Louis de Brouckère

(1870 - 1951) Geboren te Roeselare. Professor aan de Franstalige Brusselse Vrije Universiteit. Wordt op jonge leeftijd lid van de Belgische Werkliedenpartij. Directeur van het socialistische dagblad ‘Le Peuple’ van 1907 tot 1910. Was met H. De Man leider van de ‘marxistische’ linkervleugel van de BWP. Hij is bekend omwille van zijn activiteiten op internationaal gebied en was tussen 1923 en 1926 Belgisch afgevaardigde in de Volkenbond. Lid van het Bureau van de Tweede Internationale werd hij voorzitter van haar opvolger, de Socialistische Arbeidersinternationale.


Albert De Coninck

(1915 - 2006) Wordt op zijn 16de lid van de KPB. Met de Spaanse burgeroorlog gaat hij met de Internationale Brigades de republiek verdedigen tegen de fascisten. Terug in België: opgeroepen voor het Belgische leger. Verzeild bij de Britten en wordt gevat door de Duitsers. Hij ontsnapt en duikt onder. In de loop van de oorlog organiseert hij de clandestiene KPB. Na de oorlog neemt hij verschillende functies in de partij waar.


Hendrik De Man

(1885 - 1953) Hendrik De Man ontwerpt in 1933 het Plan van de Arbeid, dat de nationalisatie inhoudt van de basisindustrie, het kredietwezen en het openbaar vervoer in België. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt De Man een ommezwaai van links naar rechts en collaboreert hij met de Nieuwe Orde. Dat levert hem een veroordeling — bij verstek — tot 20 jaar cel op. Hendrik De Man verongelukt in ballingschap in Zwitserland.


Denise de Weerdt

Komt uit het Gentse socialistische arbeidersmilieu. Na de oorlog gaat zij naar de universiteit en kiest Geschiedenis. Ze wil leven en strijd van de arbeidersklasse onderzoeken. Het resulteerde in publicaties van boeken en artikelen over de arbeidersbeweging en vrouwenbeweging.


Guy Debord

(1931 - 1994) Op zijn 18e bij de Lettristische Internationale (poëzie en muziek samenbrengen, het stedelijke landschap transformeren door ‘psycho-geografie’). Via tussenstappen naar de Situationistische Internationale, bestaande uit ongeveer een dozijn Parijse intellectuelen. Het kapitalisme heeft een nefaste invloed op de creativiteit en scheidt het sociale lichaam in actoren en toeschouwers. Hij stelde dat het ‘spektakel’ alle andere vormen van dominantie overheerst. Zijn boek had een grote invloed op de studentenopstand van mei 1968.


Alfred Defuisseaux

(1843 - 1901) In 1894 kandidaat voor de BWP voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en reeds veroordeeld tot negenentwintig jaar gevangenisstraf. Hij was enorm populair onder de mijnwerkers van Henegouwen. Na een mijnwerkersstaking tegen de zin van de BWP-leiding wordt hij uitgesloten en richt de Republikeins Socialistische Partij op. Bij een monsterproces tegen de activisten van die partij blijkt dat er politieprovocateurs in haar rangen aan het werk zijn geweest, Defuisseaux wordt weer in de BWP opgenomen. In 1886 schreef hij de ‘Volkscatechismus’, meteen wordt hij als de leider van de beweging voor het algemeen stemrecht beschouwd. ‘In feite is hij op dat ogenblik republikein en democraat; hij voelt een vurige sympathie voor de arbeiders en de armen in het algemeen, en indien hij socialist is, is dat op de manier van vóór 1848’ (L. Delsinne).


Léon Delsinne

(1882 - 1971) Journalist en doctor in de economische wetenschappen. Vanaf 1913 redacteur bij het socialistische dagblad ‘Le Peuple’ was hij aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog directeur van ‘Le Peuple’. Schreef onder de bezetting talrijke artikels voor ‘l’Espoir’ en ‘Le Peuple’, was een van de belangrijkste auteurs van de clandestiene socialistische partij. Na de oorlog was hij minister van Bevoorrading (1944 tot 1945). Hij leidde ‘Le Peuple’ van 1945 tot 1948 evenals ‘La Revue du Travail’. Professor aan de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel schreef hij vele sociologische werkstukken.


Marcel Deneckere

(1923 - 1983) Hoofdredacteur van het weekblad Links, het eerste nummer verscheen in januari 1959. Deneckere en Ernest Mandel werkten samen aan dit ‘zusterblad’ van het Waalse La Gauche. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in de naoorlogse socialistische linkervleugel in België en bleef binnen de BSP na het Onverenigbaarheidscongres in 1964.


Tamara Deutscher

(1913 - 1990) Vrouw en medewerker van Isaac Deutscher. Een taalkundige met een goede pen, een zorgvuldige en kritische geleerde. Ook was ze medewerker van E.H. Carr met zijn laatste delen van ‘History of the Soviet Union’. Tamara Deutscher bewonderde Trotski en ze was blij dat ze enkele weken voor haar dood kon meewerken in een film over Trotski. Maar ze was geen blinde aanbidster van Trotski of van wie dan ook.


Louis de Visser

(1878 - 1945) In 1925 voorzitter van CPN en lid van de Tweede Kamer. 1940: arrestatie met de Duitse inval van Nederland. Hij werd 15 mei weer vrij gelaten. Als de CPN ondergronds gaat blijft hij bewust buiten het verzet, hij is te bekend. 25 juni 1941: actie tegen de Haagse groep De Vonk, door de bezetter, wordt opgepakt en naar het concentratiekamp Neuengamme gestuurd. Nederlandse communisten hebben alles in het werk gesteld om hem daar te doen overleven. Door een fout bombardement van de Engelsen kwam hij om het leven.


Jan Dhondt

(1915 - 1972) Professor hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van Gent, daarna doceerde hij Oost Aziatische geschiedenis, geschiedenis van de Byzantijnse en Slavische wereld aan het Hoger Instituut voor Oosterse, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkunde. Hij publiceerde ‘Geschiedenis van België’, ‘Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in België’, ‘Flandria Nostra’ en verschillende werken in het Frans zoals ‘Hommes et pouvoir’.


Joseph Dietzgen

(1828 - 1888) Leerlooier en filosoof. Marx noemt hem op het Haagse congres van de Internationale in 1872 ‘onze filosoof’ en heeft eens gesteld dat Dietzgen een van de geniaalste arbeiders is. Als een der weinigen binnen de sociaaldemocratische arbeidersbeweging van de 19e eeuw houdt Dietzgen zich uitvoerig met filosofie bezig.


Georgi Dimitrov

(1882 - 1949) In 1902 lid van de zgn. ‘Nauwe Socialisten’ (bolsjewieken). In 1918 vrijgekomen na een gevangenschap tijdens de oorlog, richt hij de Bulgaarse Communistische Partij mede op. In 1923 één van de leiders van een communistische opstand in Bulgarije. Na de onderdrukking hiervan, naar Moskou en werkt er voor de Komintern. Werkte begin jaren dertig werkte in Duitsland. Arrestatie na de brand in de Rijksdag. Verdedigde zich moedig, en de nazi’s moesten hem laten gaan. Na de vrijlating, in Moskou benoemd tot secretaris-generaal van de Komintern. In 1946, terug in Bulgarije is hij premier en secretaris van de Bulgaarse Communistische Partij. Zijn buitenlandse politiek was pro-Sovjet, een plan echter voor een Balkanfederatie met Joegoslavië werd niet door Stalin gesmaakt.


Ferdinand Domela Nieuwenhuis

(1846 - 1919) Anarchist op latere leeftijd. Richt Recht voor Allen op. Een periodiek dat later het orgaan werd van de sociaaldemocraten. Was secretaris van de Sociaal Democratische Bond. Medeoprichter van het Nationaal Arbeidssecretariaat. In 1897 begint hij met het blad De Vrije Socialist. Met de spoorwegstaking, in Nederland, van 1903 was hij nog van betekenis.


Hal Draper

(1914 - 1990) Amerikaanse journalist en militant. Stichter van de Socialist Workers Party & Fourth International in 1938, later van de International Socialist party. Geen associaties met het trotskisme sinds 1960.


Rudi Dutschke

(1940 - 1979) Hij was de belangrijkste woordvoerder van de Duitse Studenten Bond (SDS — een organisatie die had gebroken met de sociaaldemocratie in 1960, toen de SPD de klassenstrijd had opgegeven). Slachtoffer van een aanslag aangewakkerd door een haatcampagne tegen hem, gevoed door de Springerpers (Bild Zeitung, ... ), week hij uit naar Groot-Brittannië, waar hij naar Denemarken werd uitgewezen.


Roestam Effendi

(1903-1979) In zijn leven actief geweest in verschillende politieke bewegingen als CPN en andere. Effendi breekt later met de CPN. Terug in Indonesië is hij een poos lid van Partai Murba (Proletarische Partij) van Tan Malaka en Soekarni (1948). Na de onafhankelijkheid (1949) verliet Effendi de Partai Murba en bleef ongeorganiseerd. Nog later werd hij praktizerend islamiet.


Albert Einstein

(1879 - 1955) Natuurkundige, revolutioneerde het wereldbeeld (Newton) met het concept van ‘relativiteit’ aangaande ruimte en tijd. Ook een aandacht voor sociale rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.


Ernst Federn

(1914 - 2007) Werd na de bevrijding van kamp Buchenwald door Belgische medegevangenen naar Brussel gebracht en heeft onderdak gevonden bij Lazare Liebman. Als enige Jood had hij Buchenwald overleefd en dat gaf gezag. In het kamp, kort na bevrijding, met anderen het ‘trotskistische manifest’ opgesteld waarin de collectieve schuld van het Duitse volk werd verworpen. Oscar De Swaef (socialistische dagblad ‘Vooruit’) zette Federer er toe aan zijn relaas op papier te zetten doch durfde de brochure niet te verspreiden. Ook anderen durfden niet. Stilte over wat er in de kampen was gebeurd was neergedaald, enkel doorbroken door Eugen Kogon, Primo Levi, Robert Antelme en David Rousset. De laatste schreef zijn magistraal boek ‘Les Jours de notre mort’, gebaseerd op de getuigenissen van Federn. Hannah Arendt zal hier inspiratie vinden voor haar standaardwerk ‘De oorsprong van het totalitarisme’.


Ludwig Feuerbach

(1804 - 1872) Feuerbach was een belangrijke filosoof voor het denken van Marx en Engels. Hij radicaliseerde Hegel met het stellen dat theologie antropologie is. Marx had kritiek op Feuerbach.


Paul Feyerabend

(1924 - 1994) Bekende en belangrijke wetenschapsfilosoof. Belangrijkste werken: Against Method, Science in a Free Society en Farewell to Reason. Had een anarchistische visie op wetenschap en ontkende het bestaan van universele methodologische regels.


Michel Foucault

(1926 - 1984) Franse ‘post’ structuralist, gekend omwille van zijn concepten en codes waarmee maatschappijen opereren (het ‘principe van uitsluitng’).


Frank Glass (Li Fu-jen)

(1901 - 1988) Hij was lid van de Industrial Socialist League, die gekleurde arbeiders organiseerde in Kaapstad, hij vervoegde ook snel de pas gestichte Zuid-Afrikaanse Communistische Partij. Waarmee hij brak in 1925 en Linkse Oppositie in 1928 vervoegde. Gefascineerd door de revolutionaire gebeuren in China ging hij naar daar in 1930, als freelance journalist.


Emma Goldman

(1869 - 1940) Amerikaanse anarchiste, docente en schrijfster in de USA. Zij streed ook in de Spaanse burgeroorlog.


Maxim Gorki

(1868 - 1936) Auteur in de periode van de Russische Revolutie, de politieke verwevenheid is duidelijk, al was hij tegen de omwenteling van 1917. Tussen Lenin en Gorki was er een diep wederzijds respect. In 1921 verliet hij de Sovjet-Unie en keerde terug in 1931, zich aanpassend aan Stalin.


Herman Gorter

(1864 - 1927) Was een vooraanstaand lid en theoreticus van de SDAP (1897-1909), met de scheuring van 1909 lid van SDP. Met Henriëtte Roland Holst een redacteur van het tijdschrift De Nieuwe Tijd. Met het uitbreken van de wereldoorlog verzette hij zich tegen de sociaaldemocratie die meedeed aan de oorlog. De Russische oktoberrevolutie was voor hem een stimulans, maar op een kritische wijze.


André Gorz

(1942 - 1995) Tijdens de oorlog verblevend hebbende in Zwitserland, gaat hij naar Parijs in 1949. Werkt in de pacifistische groep Burgers van de Wereld. Daarna in de journalistiek. 1961: samenwerking met Sartre’s Les Temps Modernes. Zijn artikel Vernietig de universiteit (1970) leid tot het ontslag van twee redactieleden. Zelf verlaat Gorz (1974) de redactie wegens een meningsverschil over de ultralinkse groep Lotta Continua in Italië. Einde ’60er jaren was Gorz’ denken geëvoluleerd. Het verschoof van de werkende klasse naar wat later zou ontwikkelen als de Groene beweging.


Antonio Gramsci

(1891 - 1937) Hij was medeoprichter van de Italiaanse Communistische Partij. 1926, arrestatie voor revolutionaire activiteiten en veroordeeld door een fascistisch tribunaal tot 20 jaar opsluiting. Gramsci is de theoreticus van de bovenbouw. Hij ontwikkelde concepten rond hegemonie, basis en superstructuren (bovenbouw) en organische intellectuelen. Marxisme, opgevat als filosofie van de praxis is voor hem onverenigbaar met een verstrakt, allesomvattend systeem. De nadruk op de actieve betekenis van het bovenbouwmoment is groter dan in het marxistisch denken van zijn tijd. Enige dagen voor hij vrijgelaten zou worden overlijdt hij aan een hersenbloeding.


Ted Grant

(1913 - 2006) Geboren in Zuid-Afrika reist hij naar Brittannië om zijn horizon te verruimen. In Parijs spreekt hij met Leon Sedov, Trotski’s zoon. Met Ralph Lee sticht hij de Workers International League (W.I.L.), die later samengaat met de R.S.L., en de Revolutionary Communist Party (R.C.P.) wordt in de oorlogsjaren. Na de oorlog verdedigd hij Trotski’s analyse van de Sovjet-Unie, een gedeformeerde arbeidersstaat - waar privé-bezit en kapitalisme niet meer bestond, maar de politieke macht niet bij de arbeidersklasse lag. Hij argumenteerde dat de toenmalige Oost-Europese landen ontwikkelden zoals de Sovjet-Unie, en hij gebruikte de term proletarisch bonapartisme om ze te beschrijven.


Henryk Grossmann

(1881 - 1950) Herhaaldelijk vervolgd en gevangen gezet vertrekt hij einde 1925 naar Frankfurt. Daar schrijft hij zijn werk over de kapitalistische crisis. Een nieuwe verbanning (1933) brengt hem eerst naar Brittannië, later naar de USA. In 1949 keert hij terug naar Duitsland, als professor politieke economie te Leipzig.


Ernesto Guevara

(1928 - 1967) Geboren in een kleinburgerlijk gezin vertrekt hij naar Guatemala, als arts, waar hij in contact komt met Cubaanse vluchtelingen. In Mexico sluit hij aan bij de 26ste Juli-beweging van Fidel Castro. De guerrilla’s landen op Cuba, na zware gevechten trekken ze eind 1958 Havanna binnen. Che wordt president van de Nationale Bank en minister voor productie. In 1965 besluit hij Cuba te verlaten en voert in Congo de guerrilla aan om dan naar Bolivia te vertrekken waar hij op 8 oktober 1967 gevangen wordt genomen en vermoord.


Duncan Hallas

(1925 - 2002) Was een stichtend lid van de Socialist Review Group, de wegbereider van de huidige British Socialist Workers Party en de International Socialist Tendency. In 1968 vervoegde hij weer de International Socialists, zoals de organisatie toen heette. Sindsdien was hij een leidend lid, goed in het populariseren van het marxisme, en een begenadigd redenaar. In 1995 stopte hij met de actieve politiek omwille van gezondheidsredenen.


Liau Han-Sin

(1895 - 19xx) Lid van de Chinese Communistische Partij sinds 1922. Tussen 1932 en 1935 werkte hij voor het EKKI (Oostelijk secretariaat) en was secretaris van de Chinese delegatie in het EKKI. 27 februari 1938 wordt hij gearresteerd en later veroordeeld tot 8 jaar gevangenschap, door een speciale NKVD-raad. In 1948 (30 juni) opnieuw een arrestatie en beschuldigd van spionage. Vrij op 26 april 1949. Op 5 september 1951 vertrekt hij naar China.


Celia Hart

(1963 - 2008) Zij was de dochter van twee historische leiders van de Cubaanse Revolutie: Haydee Santamaria en Armando Hart. Zelf was ze fysicus, schrijver en lid van de Communistische Partij. Celia ontdekte Trotski’s geschriften toen ze natuurkunde studeerde in Oost-Duitsland. Terug uit de DDR had ze het geluk in de bibliotheek van haar vader teksten te vinden van Isaac Deutscher. Ze stierf samen met haar broer Abel in september 2008 toen een grote storm over Cuba raasde en een boom hun auto verpletterde.


Franz Holß

(1906 - 1957) Franz Holß is een pseudoniem voor Franz Wilhelm Meyer. Vanwege verzetsactiviteiten ontvlucht hij in 1934 Duitsland. Via Nederland, België en Frankrijk ontsnapt hij in 1942 naar de Verenigde Staten. Daar kwam hij in 1957 bij een verkeersongeval om het leven. Zijn periode in Nederland en België geeft een massa aan prenten voor revolutionaire kranten en periodieken.


Camillle Huysmans

(1871 - 1968) Sociaaldemocratisch politcus, gerekend tot de linkerzijde. In 1905 secretaris van de Tweede Internationale, speelde een rol met de Conferentie van Stockholm (1917). Voorzitter van de Kamer geweest en ministerposten bekleed.


Evald Iljenkov

(1924 - 1979) Sovjet filosoof met belangrijk werk over de materialistische ontwikkeling van Hegels dialectiek.


Karl Kautsky

(1854 - 1938) Een der best gekende theoretici van de Tweede Internationale, en een leidend opvolger van Marx en Engels na hun dood. Met Lenin en anderen komt hij in conflict over de Russische revolutie en de Eerste Wereldoorlog.


Alexandra Kollontai

(1872 - 1952) Bolsjewistische revolutionaire. Was voor de arbeidersoppositie, tegen de partijcontrole van de vakbonden. Eerste vrouwelijke ambassadeur in de geschiedenis. Voorstandster van vrije liefde.


Karl Korsch

(1886 - 1961) Na de publicatie van Marxisme en filosofie werd hij uit de partij gestoten. Toen hij in 1933 Duitsland moest verlaten bracht dit een isolement voor Korsch met zich mee. Pas op het einde van de jaren 1950 kreeg zijn werk opnieuw belangstelling.


Nadjezjda K. Kroepskaja

(1869 - 1939) Kroepskaja was een Russische revolutionaire, schrijfster, pedagoge en secretaris van de bolsjewistische fractie van de Russische Sociaal Democratische Partij. Vrouw en adviseur van V.I. Lenin. Secretaris van de Iskra begin 1901. Kroepskaja kon niet voorkomen dat Stalin de macht verwierf en zij werd geïsoleerd in de Partij.


Peter Kropotkin

(1842 - 1921) Russisch anarchist. Met Proudhon en Bakoenin een theoreticus van het anarchisme. Ook op vele wetenschappelijke gebieden actief. Van 1876 tot 1917 verbleef hij noodgedwongen in het buitenland. Na de revolutie keerde hij terug naar Rusland.


Jaap Kruithof

(1929 - 2009) Kruithof was actief in en met allerlei linkse organisaties. Hij publiceerde ook in deze zin verscheidene boeken. Aanvankelijk was hij lid van de Belgische Socialistische Partij, hij verliet die partij en ging aanleunen bij radicaal links. Fel tegen de kapitalistische markteconomie en hij was actief in organisaties zoals ATTAC. Wat niet belette dat hij blijvende aandacht gaf aan ecologie.


Julien Kuypers

(1892 - 1967) Na een loopbaan als leraar, na Wereldoorlog II secretaris-generaal bij het ministerie van onderwijs. Tijdens 1956-1962: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister voor buitenlandse culturele betrekkingen. In deze functie een promotor van de culturele integratie van Vlaanderen en Nederland.


Paul Lafargue

(1841 - 1911) Was de schoonzoon van Karl Marx. Een leider in de Franse socialistische beweging, speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Spaanse socialistische beweging. Hij schreef vrijwel orthodoxe marxistische werken over verschillende onderwerpen als vrouwenrechten, antropologie, reformisme, economie, ...


Edgar Lalmand

(1894 - 1965) Algemeen Secretaris Kommunistische Partij België. Gemeenteraadslid in Sint-Jans-Molenbeek en volksvertegenwoordiger tussen 1946-1958, minister van ravitaillering voor 1945-1946 en 1946-1947. Als enig lid van het Politiek Bureau ontsnapt aan de razzia’s van 1943 komt hij op het voorplan. In 1954 kwam de BSP met de liberalen aan de macht en de KPB verloor alweer de verkiezingen. Dit werd door enkele militanten aangegrepen om af te rekenen met Lalmands autoritaire leiding.


Pierre Legrève

(1916 - 2004) Hij wordt lid van de Socialistische Studenten die fusioneren met de Communistische Studenten. Ingevolge het Hitler-Stalin pact maakt hij contact met Vereeken, een leider die in 1938 niet zal deelnemen aan de stichting van de IVe Internationale. Clandestien gedurende de oorlog wordt hij in 1946 lid van de Belgische sectie van de IVe die vanaf 1951 aan ‘entrisme’ doet binnen de socialistische partij. Zijn programma van ‘eenheidsschool’ wordt aangenomen. Het wordt in 1982 op een congres van de onderwijsvakbond ACOD gestemd. Actief en solidair met de Algerijnse onafhankelijkheid krijgt hij in 1960 te maken met een terroristische aanslag van de Franse veiligheidsdiensten. Later richt hij het ‘comité Vietnam’ op dat massale betogingen zal organiseren. Halfweg de jaren zeventig stopt hij met militeren binnen de trotskistische beweging maar blijft trouw aan zijn opvattingen.


V.I. Lenin

(1870 - 1924) Leidde de sovjets naar de macht in de Russische revolutie, en was het hoofd van de sovjetregering tot 1922. Stichte de Derde Internationale, de Komintern. Lenin benadrukte de rol van de politieke partij als voorhoede in de revolutie.


Claude Lévi-Strauss

(1908 - ) Frans etnoloog die wordt beschouwd als een van de grote denkers van de twintigste eeuw. Hij heeft het structuralisme in de sociale wetenschappen grotendeels vormgegeven.


Marcel Liebman

(1929 - 1986) Tot het einde van zijn studies aan de ULB conservatieve opvattingen. Met de studie Internationale Betrekkingen in London komt de omslag. Hij begint een studie van het marxisme en de geschiedenis van het socialisme. Zijn denken berustte op de afwijzing van sociaaldemocratie en het ‘orthodoxe’ communisme. De leninisten zullen het niet eens zijn met zijn ‘Lenin’ en de socialisten zullen zijn geschiedenis van het socialisme verwerpen, en nog meer de antileninisten en de antisocialisten.


Anatoli W. Loenatsjarski

(1875 - 1933) Geruime tijd actief in de revolutionaire beweging. Van 1917 tot 1929 Volkscommissaris van Onderwijs en Voorlichting. Ook moet hij een begenadigd spreker geweest zijn in het rode Petrograd.


Georg Lukács

(1885 - 1971) Hongaars filosoof, schrijver en literair criticus. Commissaris voor cultuur en opvoeding in de (korte) socialistische regering van Hongarije (1919). Speelde een rol met de Hongaarse opstand van 1956 tegen het stalinisme. Schiep een marxistische schoonheidstheorie, verdedigde humanisme, en werkte op vervreemding.


Patrice Lumumba

(1925 - 1961) Een van de oprichters van de Mouvement National Congolais (MNC), dat in mei 1960 de verkiezingen won. Onder zijn leiding kwam de eerste Congolese regering tot stand, dadelijk geconfronteerd met vijandigheden van de Verenigde Staten en België. In september 1960 ontheft president Kasavubu hem uit zijn functie. Lumumba wordt aangehouden in december 1961 en vermoord in februari daaropvolgend.


Rosa Luxemburg

(1871 - 1919) Marxistische politica, met revolutionaire activiteiten, waardoor zij naar Zwitserland moet vluchten. Komt zij in contact met Russische marxisten. Ze wordt een van de leiders van de linkervleugel. Fel gekant tegen de aankomende wereldoorlog probeert zij de Duitse sociaaldemocratie te overtuigen. Wat niet lukt. Rosa Luxemburg ging o.a. in debat met Bernstein, Kautsky en Lenin.


Nestor Machno

(1884 - 1934) Als kind deelgenomen aan de revolutie van 1905 en anarchist geworden. Ter dood veroordeeld onder het tsarisme kreeg hij gratie, maar vertoefde wel bijna acht jaar in de gevangenis. Machno organiseerde een sterke plattelandsorganisatie, die ook een militair karakter had. De partisanen van Machno waren een harde noot voor de Witten. Machno en het Rode Leger van Trotski konden geen overeenstemming bereiken en Machno moest vluchten. In Parijs stierf hij ziek en ellendig.


Tan Malaka

(1897 - 1949) Hij viel op door zijn intelligentie, zijn Nederlandse leraar Horensma zorgde dat Malaka in Nederland kon studeren. Behaalde in Haarlem de leraarsakte en maakte kennis met het communisme. In Indonesië aan de slag als onderwijzer en voorman van de Indonesische Communistische partij (PKI). Na een toespraak voor stakers werd hij uitgewezen. 1922, in Nederland. Stond in dat jaar derde op de CPH-verkiezingslijst en miste net een zetel in de Tweede kamer. Na Nederland vertrok Malaka naar Moskou. Sprak voor de Komintern. Na Komintern-werk in China vertrok hij naar de Filippijnen (1925). Voor Malaka volgen jaren van zwerven door Singapore, Thailand en de Filippijnen. Met de Tweede Wereldoorlog, terugkeer naar Indonesië. Hij had grote kritiek op de toenmalige leiders, Sukarno en Hatta. Uiteindelijk vond Malaka de dood toen hij vluchtte voor de Nederlanders in 1949. Hij werd standrechtelijk geëxecuteerd door een groep van Indonesische opstandelingen.


Ernest Mandel

(1923 - 1995) Een van de leiders van de Vierde Internationale (USFI) en haar Belgische afdeling, de SAP. Tevens was hij een gekend marxistisch econoom met als belangrijkste werken De economische theorie van het marxisme en het Laatkapitalisme.


Gisela Mandel

(1935 - 1982) Zij was getrouwd met Klaus Meschkat, assistent aan het West-Berlijnse Oost-Europa Instituut, actief in de Duitse studentenbeweging. Zij werd door Meschkat geïntroduceerd in de SDS, waar zij Ernest Mandel leerde kennen. Wat leidde naar haar politisering en aansluiting bij de IVde Internationale.


Herbert Marcuse

(1898 - 1979) Marcuse was een gekende filosoof in de jaren 1960-70, voornamelijk bij studenten, in de aanloop naar o.a. de Mei’68 beweging. Hij legde de nadruk op de verhouding van de mens tot het technisch-economisch stelsel van de maatschapppij, waar de gevestigde machten de mens tot slaaf maakt. Van hem is het begrip repressieve tolerantie bekend.


José Carlos Mariátegui

(1894 - 1930) Mariátegui ontpopte zich in zijn korte leven tot Latijns-Amerika’s eerste marxistische denker en ook tot één van de belangrijkste van het continent. Hij was stichter van de Peruviaanse Communistische Partij. Na zijn dood is hij het voorwerp van laster vanwege de stalinisten omwille van zijn kritische houding. Hij wordt wel eens de Latijns-Amerikaanse Gramsci genoemd. Met die laatste had hij alleszins contact toen hij in Europa verbleef. Hij stierf door een ziekte die hem sinds kindertijd al kwelde.


Paul Mattick

(1904 - 1981) Begonnen als metaalarbeider evolueerde hij naar het radencommunisme waarvan hij een theoreticus werd. In zijn jeugd bij de jongerenorganisatie van de Kommunistische Arbeiterpartei Deutschlands (KAPD). Na de Kapp-putsch (1920) vertrekt hij naar de VS (1926), daar werkt hij o.a. met de Industrial Workers of the World (IWW). Ook blijft hij in contact met de Nederlandse groep rond Anton Pannekoek.


Franz Mehring

(1846 - 1919) Duits marxistisch historicus, schrijver en politicus. Hij publiceerde een van de eerste werken over de geschiedenis van de Duitse arbeidersbeweging. In 1891 evolueerde hij naar de SPD, met de Eerste Wereldoorlog kwam hij in conflict met de sociaaldemocratie, stemde tegen de oorlogskredieten en sloot zich in 1916 aan bij de Spartacusbond.


Claude Meillassoux

(1925 - 2005) Antropoloog van de Franse school. Deze marxistische antropologen willen een economische antropologie uitbouwen.


Leo Michielsen

(1911 - 1997) Docter in de Geschiedenis RUG. In het verzet actief tijdens WO II en een jaar gevangengezet in Buchenwald. Van 1940 tot 1983 lid van de Kommunistische Partij van België. Tussen 1969 en 1978 docent geschiedenis VUB. Hij publiceerde over economie en de politieke actualiteit.


Ralph Miliband

(1924 - 1994) Politicoloog en redacteur van het Engelse tijdschrift Socialist Register. Behoorde tot de linkervleugel en was actief in de beweging tegen de oorlog in Vietnam.


Sergej Netchajev

(1847 - 1882) Netchayev werd zo gevreesd, dat er wekelijks een verslag gemaakt werd van zijn activiteit in de gevangenis voor de tsaar. Hij was veroordeeld voor moord, maar zijn echte misdaad was politiek. Omdat hij o.a. beweerde aan het hoofd te staan van een geheim genootschap, vier miljoen sterk. In werkelijkheid was het een kleine groep.


George Novack

(1905 - 1992) De Wallstreet crash radicaliseerde Novack. Hij werd lid van de trotskistische SWP in 1933 en lid van het Nationaal Commité in 1941. Auteur van vele artikels en boeken over marxistische filosofie.


Michel Oukhow

(1926 - 1997) Hij publiceerde over de geschiedenis van de Vlaamse Beweging, de pers en het socialisme. Een verdediger van het humanisme was hij ook, en bekend in de Zwarte Panter (Antwerpen).


Michel Pablo

(1911 - 1996) Internationale secretaris van de IVe Internationale na de oorlog. Ontwikkelde de theorie van “eeuwen van gedeformeerde arbeidersstaten”, hij bepleitte de liquidatie van trotskistische partijen voor de vorming van linkervleugels in stalinistische partijen. Hij verliet de IVe na de hereniging van 1963. Later is hij minister in Ben Bella’s regering in Algerije.


Anton Pannekoek

(1873 - 1960) Astronoom (hoogleraar astronomie te Amsterdam) en marxistisch theoreticus. Hij behoort tot de grondleggers van de theorie der sterrenspectra en verwierf faam met studies over de Melkweg. Als marxist behoorde hij tot de linkervleugel van de SDAP, en richtte in 1909 de Sociaal Democratische Partij op. Met Rosa Luxemburg de belangrijkste theoreticus van de linkervleugel in de Duitse SPD, en later van de in 1920 opgerichtte Kommunistische Arbeiter Partei Deutschlands. Hij was ook sterk voor het radencommunisme.


Max Perthus

(1910 - 1975)


Leo Picard

(1888 - 1981) Historicus en aan het einde van zijn studies (1914) bij de Jong-Vlamingen. 1915: uit het activisme en naar Nederland. Terug naar België na de Tweede Wereldoorlog om voor De Standaard te schrijven. Ondertussen was Picard geëvolueerd naar het socialisme. Leo Picard bleef en was een onorthodoxe, niet-confessionele en vrijzinnige flamingant.


Georgi Plechanov

(1856 - 1918) Een der stichters van de Russische sociaaldemocratische partij, werd een mensjewik na de splitsing, trachtte wel haar verenigd te houden. Dacht dat het kapitalisme moet groeien voor er van socialisme sprake kan zijn.


Georges Politzer

(1903 - 1942) Politzer verliet Hongarije (na het verslaan van Bela Kun’s sovjetrepubliek) voor Frankrijk in 1921. Hij ontmoet Freud en Sandor Ferenczi in Wenen, wat resulteert in een publicatie (1928): Critique des fondements de la psychologie. Een eerste schets van een materialistische theorie van sociale psychologie, met invloed op Vygotsky. Op 20 maart 1942 wordt hij overgedragen aan de Nazis en geëxecuteerd op 23 mei 1942. Zijn cursus van 1935-36 in de Arbeidershogeschool werd posthum gepubliceerd als Principes élémentaires de philosophie.


Nicos Poulantzas

(1936 - 1979) Grieks-Franse politieke socioloog. Gekend, met Louis Althusser, als een marxistische structuralist. Veel gewerkt rond het begrip van de staat.


Christian Rakovski

(1873 - 1941) Bulgaar van geboorte, gevangen in 1916 voor anti-oorlogs activiteiten, bevrijdt door de Russen in 1917, gaat hij naar Rusland en sluit aan bij de sovjetregering. Als een vriend van Trotski helpt hij hem met het oprichten van de Russische Linkse Opposition. Hij werd uit de communistische partij gezet en veroordeeld tot gevangenschap in 1938. Wellicht gestorven in 1941.


Ravachol

(1859 - 1892) Wellicht was hij de incarnatie van het beeld van de ‘bommen-gooiende anarchist’. Hij dacht dat het doden van de vertegenwoordigers van de burgerlijke orde voldoende was voor een betere maatschappij.


Wilhelm Reich

(1897 - 1957) Hij poogde een synthese te vormen van de theorieën van Marx en Freud. In 1939 vertrok hij naar de USA. Reich ontwikkelde bijzondere opvattingen over libido en de functie van het orgasme.


André Renard

(1911 - 1962) Luikse vakbondsleider. Vergruisd door rechts, verheerlijkt door radicaal links stond hij in principe onafhankelijk van iedere politieke partij. Actief als metaalarbeider in het vakbondwerk vanaf de algemene werkstaking van 1936. Actief tijdens de Spaanse burgeroorlog, gestreden in de Internationale Brigades. In België wordt hij in 1939 gemobiliseerd. Tot mei 1942 krijsgevangen in Duitsland, vrijgelaten om gezondheidsreden neemt hij deel aan het gewapend verzet. In de bedrijven organiseert hij de vakbond Mouvement Syndicale Unifié (MSU) om na Wereldoorlog 2 met andere syndicaten het ABVV te stichten. Onbetwiste voorman van de ‘staking van de eeuw’. Ontgoocheld in de nationale leiding van het ABVV neemt hij ontslag uit al zijn mandaten. Bleef een verdediger van federalisme en structuurhervormingen waarvoor hij ijverde in de schoot van de Mouvement Populaire Wallon (MPW) waarvan hij de stichter was.


Henriette Roland-Holst

(1869 - 1952) Eerst lid van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Van 1896-1921 redactrice van De Nieuwe Tijd. In 1915 oprichtster van het Revolutionair-Socialistisch Verbond, dat in 1916 samenging met de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Zij nam deel aan de Zimmerwald-conferentie van 1915. Met onderbrekingen lid van de Communistische Partij Holland (CPH) tot 1927, daarna vooral sympathie voor het religieus socialisme.


Antoon Roosens

(1929 - 2003) Roosens is voorzitter geweest van het Frans Masereelfonds en werkte mee aan verschillende tijdschriften zoals Meervoud, De Nieuwe en het Vlaams Marxistisch Tijdschrift. Hij was flamingant én marxist, sterk geïnspireerd door Gramsci.


Otto Rühle

(1874 - 1943) Stemde met Karl Liebknecht tegen de oorlogskredieten in de Rijksdag in 1915 en was lid van Spartacus tot 1917. In 1937 werkte Rühle mee met de Dewey commissie die de aantijgingen tegen Trotski onderzocht, gemaakt in het kader van de Moskou processen.


Victor Serge

(1890-1947) Hij had sympathie voor het anarchisme en het marxisme. Tegen de repressie in (tijdens de burgeroorlog) verdedigt hij anarchistische en socialistische opposanten, hoewel hij meewerkt met Zinojvev als secretaris in de Komitern.


Henk Sneevliet

(1883 - 1942) Via Henriette Roland Holst en het blad De Nieuwe Tijd komt hij in contact met marxistische intellectuelen. In Indonesië werkt hij aan de uitbouw van een vakbond en de latere Indonesische communistische partij. Na de oktoberrevolutie breekt hij met de SDAP en neemt deel aan het 2e Komintern congres (Moskou 1920). Lenin stuurt hem naar China (1921). Politieke verhoudingen en een conflict met Stalin isoleert Sneevliet, hij keert terug naar Nederland in 1924. Enkele jaren heeft hij invloed ondergaan van Trotski, maar er waren politieke meningsverschillen. In 1929 sticht hij de Revolutionair Socialistische Partij. Met de Duitse bezetting ontstaat het Marx-Lenin-Luxemburg-Front, uiteindelijk hebben de Duitsers Sneevliet en de hele leiding van het MLL-Front gevonden en werden zij gedood op 13 april 1942.


Jozef Stalin

(1879 - 1953) In 1903 wordt Stalin lid van de bolsjewieken. Trok na de burgeroorlog meer en meer macht naar zich toe. In 1922 riep Lenin op om Stalin te verwijderen van zijn post, wat nu bekend staat als Lenins laatste testament. Bezieler van de theorie van “socialisme in één land”. Verantwoordelijk voor de moord op de gehele bolsjewistische leiding en de bestendiging van een bureaucratische dictatuur in de Sovjet-Unie.


Geert Sterringa

(1876 – 1944) Van 1901 tot 1941 onderwijzer aan een armenschool in Groningen. In 1901 medeoprichter van de Groningse Bestuurderbond voor Onderwijzers en voorzitter van de Groningse afdeling van de SDAP. Stapte in 1909 over naar de afgesplitste Groningse SDP. In 1919 lid van de Groningse Provinciale Staten voor CPH en volgde in 1926 Wijnkoop. In de grote landarbeidersstaking van 1929 (Groningse Oldambt) een van de organisatoren. Op 15 mei 1940, de dag van de Nederlandse capitulatie, besloot het CPN-bestuur ‘ondergronds’ te gaan. De partijkrant werd verboden alsook de partij. Illegale edities van de partijkrant verschenen, waaronder Het Noorderlicht, vanuit de stad Groningen opzet door o.a. Geert Sterringa. De Noorderlichtgroep werd na de Februaristaking van 1941 opgerold. Sterringa werd gearresteerd en kwam via het Polizeies Durchgangslager Amersfoort in KL Buchenwald. 67 jaar oud, op 19 januari 1944, bezweek hij daar.


Max Stirner

(1806 - 1856) Hij volgde colleges van Hegel en Schleiermacher. Stirner was bij de “die Freien”, een groep leraren, studenten en journalisten. Met zijn verzet tegen staat en kerk wordt Stirner al eens gezien als de eerste anarchist.


Jean Terfve

(1907 - 1978) Tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet. Hij was doctor in de rechten en tussen 1946-1958 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Bergen; 1946-1947 Minister van Wederopbouw.


Edward Thompson

(1924 - 1993) Gekend marxistisch historicus. Overtuigde vredeactivist. Zijn ouders waren bekenden van Gandhi en Nehru. Hij vervoegt de Communistische Partij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Thompson is gekend van zijn herinterpretatie van William Morris (Romantic to Revolutionary, 1955), en zijn meest monumentale werk, The Making of the English Working Class (1963). Gedurende deze periode was hij actief in de vredesbeweging. Met de Sovjet repressie van de Hongaarse Opstand gaat hij uit de Communistische Partij en richt de New Reasoner op, een Engels socialistisch en humanistisch magazine, later wordt dit de New Left Review. Waarmee Thompson ook in conflict komt op basis van antihumanistische interpretaties van het marxisme.


Josip Broz Tito

(1892 - 1980) Tijdens WOI militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger, krijgsgevangen genomen maakt hij de Oktoberrevolutie mee. Bekende zich tot de bolsjewieken. 1941: in het verzet tegen Duitsland en Italië. Na de oorlog de onbetwiste leider in de Communistische Partij. Later staatsman voor het leven. Tito koos voor een zgn. ‘arbeiderszelfbestuur’. Hield de verschillende Joegoeslavische landen bijeen middels zijn autoriteit. Vaarde tegenover de Sovjet-Unie een onafhankelijke koers. Speelde een belangrijke rol in de vereniging van de niet-gebonden landen.


Leon Trotski

(1879 - 1940) Eerst mensjewiek, later bolsjewiek. Als commissaris van oorlog leidde hij het Rode Leger. Werkte aan de Linkse Oppositie om Stalin en zijn praktijken te stoppen. Ontwikkelde de Permanente Revolutie-theorie en het concept van overgangseisen. Richte de IVe Internationale op. Vermoord door een agent van Stalin.


Walter Ulbricht

(1893 - 1973) Tijdens de Berlijnse opstand (1953) waren Ulbricht en de SED in verwarring. Geweld gebruiken tegen boeren en arbeiders in een boeren en arbeiders heilstaat? Uiteindelijk sloegen de Russen de opstand neer. Ulbricht volgde tot de jaren zeventig een Moskou getrouwe lijn. Aan het begin van de jaren zeventig ging Walter Ulbricht een meer onafhankelijke koers varen. Als gevolg hiervan moest hij in mei 1971 zijn functie als secretaris-generaal van de SED neerleggen.


Johan Valkhoff

(1897 - 1975) was een jurist van opleiding en was actief in de communistische en sociaaldemocratische beweging. Hij had een sterke interesse in de Russische revolutie en vertaalde Leon Trotski’s Russische Revolutie.


Edmond Van Beveren

(1852 - 1897) maakte het programma van de eerste socialistische partij in Vlaanderen (1877), de Vlaamsche Socialistische Arbeidspartij. Het blad De Werker (uit Antwerpen) komt hem in Gent onder de ogen en de vonk sloeg over. Van Beveren had zich steeds aangetrokken gevoeld tot de Internationale en werkt aan de herleving ervan. Een middel hiertoe was de weg der coöperatie, om zo de massa’s te bereiken.


Georges Van den Boom

(1895 - 1978) maakte deel uit van de KPB-leiding als partijsecretaris. Van beroep was hij linotypist.


War Van Overstraeten

(1891 - 1981) Uit onvrede over de politieke situatie na de eerste wereldoorlog wordt hij aangetrokken door het communisme en richt hij met anderen in 1920 de Kommunistische Partij van België op.


Werner Vandenabeele

(1927 - 2000) was een medewerker van DACOB, lid van de Raad van Beheer van IMAVO en medewerker aan het Vlaams Marxistisch Tijdschrift.


Rein van der Horst

(1921 - 2005) Voor de oorlog was hij lid van het AJC, de sociaal-democratische jeugdorganisatie. Na de Duitse inval in 1940 lid van het MLL-front. Een revolutionaire verzetsbeweging onder leiding van Henk Sneevliet. Tijdens en na de oorlog werd hij lid van de Nederlandse sectie van de IVe Internationale. Hij schreef in verschillende bladen als De Nieuwe Linie, Solidariteit, en Grenzeloos. Stak veel energie in de opbouw van een strijdbare vakbeweging.


Willem van Ravesteyn

(1876-1970) Leider in de Sociaaldemocratische Partij en de Communistische Partij in Nederland tot 1925. Wijnkoop, Ceton en Ravesteyn stichten in 1907 het blad De Tribune, dat uitgesloten werd op een buitengewoon SDAP-congres in 1909). Zij werden dan de SDP dat in 1918 de Communistische Partij Nederland (CPN) wordt. Oppositionele stromingen leiden naar een partijcrisis in 1925, waarop het driemanschap de leidende functies uit handen gaven.


Eugen (Jenö) Varga

(1879 - 1964) Hij behoorde tot de Kautskistische vleugel in de Hongaarse sociaaldemocratie. 1919: Commissaris van Financiën, daarna voorzitter van de Nationale Economische Raad van de Radenrepubliek. Hij vluchtte daarna naar Wenen waar hij lid werd van de Hongaarse Communistische Partij. In 1920 ging hij naar Moskou. In 1922-1927 was hij handelsafgevaardigde op de Sovjetambassade in Berlijn. Daarna werd hij directeur van het Instituut voor Wereldeconomie en -politiek, economisch adviseur van Stalin en schrijver van rapporten voor de Komintern. In 1947 viel hij als “bourgeois reformist” in ongenade, later volgde alsnog rehabilitatie.


Paul Verbraeken

(1946 - 2004) Heel zijn leven actief geweest in de arbeidersbeweging. Ook in de anti-fascistische beweging en de Vierde Internationale. Medeoprichter van Charta 91. Hij vertaalde o.a. De befaamde Traité d’économie marxiste van Ernest Mandel.


Georges Vereeken

(1896 - 1978) Lid geweest (1925) van het Centraal Commité van de KPB, actief geworden in de Internationale Linkse Oppositie. De internationale situatie bleef zorgen voor meningsverschillen (o.a. over de POUM) met de IVe en Vereeken bleef zijn eigen organisatie houden. Eerst Contre le Courant, later de Groupe Communiste en tijdens de oorlog Groupe Communiste Trotskiste (GCT). Na de oorlog een toenadering tot de Vierde, meningsverschil over de Chinese culturele revolutie was echter opnieuw een breuklijn.


Pierre Vilar

(1906 - 2003) Geschiedenis als een ‘menselijke wetenschap’, daarmee was hij begaan. Hij had aandacht voor Freudiaanse en andere psychologie, zonder het marxisme te veronachtzamen.


Jenny Walry

(1935 - 2008) Boekhandelaarster tot 1980. Zij gaf les in verscheidene volkshogescholen (filosofie voor beginners) en publiceerde onder andere in het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte en het Vlaams Marxistisch Tijdschrift. Samen met Leo Apostel schreef zij Hopeloos Gelukkig: Leven in de postmoderne tijd


Léon Watillon

Studeerde begin 1920 aan de Arbeidershogeschool te Brussel. Daar schrijf hij een eindverhandeling over Les Chevaliers du Travail waarvan voor het ogenblik in België geen enkel exemplaar meer beschikbaar is. Na de Tweede Wereldoorlog werd Watillon directeur-generaal voor de Sociale Zekerheid op het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid.


Clara Wichman

(1885 - 1922) Juriste en publiciste; pseudoniem: Eumaios. Actief in de vrouwenbeweging, anti-militairistische beweging, na 1918 koos zij voor het anarchisme. Zeer begaan met vraagstukken van misdaad en straf.


David Wijnkoop

(1876 - 1941) Wijnkoop werd in 1909 partijvoorzitter van de Sociaal Democratische Partij (SDP). De SDP was gevormd uit de ‘Tribunisten’, een groep rond het in 1907 binnen de SDAP opgerichte weekblad ‘De Tribune’, die in 1909 uit die partij gestoten werd. Na de Russische Revolutie (1917) omgedoopt tot CPH, Wijnkoop bleef voorzitter tot 1925. Lid van de Tweede Kamer van 1918 tot 1940, behalve de periode 1925-1929. In 1937 de meest bekende Nederlandse communist.


Jaap Wolff

Kwam gedurende de oorlogsjaren in contact met de illegale CPN en werd actief in het verzet. Na de oorlog klom hij op binnen de partij en werkte jarenlang als redacteur bij dagblad De Waarheid, zat 20 jaar in het partijbestuur. Werkte als politiek secretaris van Paul de Groot. Eind jaren zeventig: directeur van het Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (IPSO), het wetenschappelijk bureau van de CPN. Jaap Wolff was de broer van Joop Wolff (1927-2007), die eveneens bij de CPN zat.


Mao Zedong

(1893 - 1976) Wordt de leider van de Chinese communistische partij tijdens de Lange Mars in 1937, leidde China naar de revolutie van 1949 en bleef het onbetwiste hoofd tot aan zijn dood in 1976.


Jindřich Zelený

(1922 - 1997) Tsjechisch filosoof, publiceerde o.a. over dialectiek.


Clara Zetkin

(1857 - 1933) Leidster van de internationale vrouwenbeweging. Kaderlid van de Duitse sociaal-democratische partij. Bevriend met Rosa Luxemburg, en hielp haar met Spartacus en de Duitse Communistische Partij. Steunde de Sovjetregering.